Recepten archief

Recepten

RSS
Manzo all’olio di Rovato- woensdag 22 februari 2012

Manzo all’olio di Rovato                                      

Rundvlees uit Rovato met olijfolie    

Rovato is een plaats in Lombardije vlakbij het Lago d’Iseo, waar overigens geen olijfolie wordt geproduceerd. Rovato is vooral beroemd vanwege dit recept, dat uit de 16e eeuw stamt. Er bestaan verschillende versies van. Bijvoorbeeld wordt er op het eind Parmezaanse kaas over gestrooid in plaats van de kappertjes. Maar het rinse van de kappertjes is juist heel verfrissend bij dit gerecht. ‘Cappello da prete’ (ook wel ‘lo scamone = de vos’ genoemd) heet zo omdat het stuk vlees driehoekig is, net als vroeger de ‘tricorno’, die de priesters in Italië droegen tot eind 18eeeuw. Dit schreef onze Noord-Italiaanse vriend PierGiorgio aan mij, want hij dacht dat dit ‘olierecept’ voor ons wel toepasselijk was. Vrolijk gingen we naar de slager om het aanbevolen stuk vlees te kopen. Maar de goede man had nog nooit van de naam gehoord. Dat is niet zo raar in Italië, want elke regio heeft hier zijn eigen benamingen. De volgende dag bij een andere slager, deze keer met een plaatje van het rund waarop ons stuk ingekleurd was. De naam van het stuk vlees kende hij ook niet (“dat is Romeins”, volgens zijn vrouw, “hier heet het anders”.)    

Ingrediënten:

  •          Ca. 1 kg rundvlees van de schouder aan een stuk, zoals sucade of schoudermuis, dat geschikt is om lang te koken.
  •          5 ansjovis, gezouten of 5 zoute ansjovisjes in de olie, of ansjovispasta (drie strepen van 5 cm)
  •          1 ui
  •          3 tenen knoflook
  •          1 peen, middelgroot
  •          1 bleekselderijstengel
  •          1 dl olijfolie
  •          1 glas witte, of lichte rode wijn
  •          ½ l groentebouillon
  •          1 vuist vol gesneden peterselie
  •          30 g kappertjes uit de azijn, uitgeknepen en fijngesneden

Bereiding:

  •          Ui, peen en selderijstengel in grove stukken snijden
  •          De olie in aardewerken of gietijzeren pan doen en als die warm is de groenten, de knoflook en de ansjovis erin roeren tot de ansjovis gesmolten is
  •          Het vlees in dezelfde pan aan alle kanten bruin bakken
  •          Met de wijn blussen en als deze verdampt is ....
  •          De bouillon toevoegen
  •          Dan het vlees twee uur lang op laag vuur toegedekt ‘vergeten’ (zoals PierGiorgio dat zegt), behalve dat je het af en toe draait


Het is misschien opgevallen dat er geen zout is gebruikt. Na die twee uur proeft men een stukje vlees of er alsnog zout aan toegevoegd moet worden. De ansjovis en de bouillon zouden voldoende moeten zijn. Het vlees is nu zo mals dat je het met een lepel kan ‘snijden’. Anders nog wat langer koken met eventueel wat water erbij als er te weinig vocht is.

 

  •          Dan het vlees uit de pan nemen, in dunne plakjes snijden, naast elkaar op een schaal leggen en warm houden
  •          De saus met de staafmixer fijnmalen. Als je de knoflook niet wil, die er eerst uithalen
  •          De vleesplakken op de schaal nu met de crème-achtige saus dun bedekken
  •          Het mengsel van fijngesneden peterselie en kappertjes eroverheen strooien en opdienen

    In Lombardije eet men er polenta bij. Een lichte pasta lijkt me ook lekker en spinazie of bietola (= mangold, zie foto).
Opmerkingen (0)
Dolcetti San Nicolo’- woensdag 30 november 2011

                                       

Sinterklaaskoekjes of kerstboomdecoratie    

Toen we bij Severina thuis nog Italiaanse les hadden, kregen we een keer in december bij de thee Pastarellidi San Nicolo’. Lekker. “Ook om als decoratie in de kerstboom te hangen, heel eenvoudig te bereiden”, kirde ze. Nou dat hoor ik wel vaker en dan zie ik de dames hier vliegensvlug een of ander deeg voor gebak of pasta fabriceren. Terwijl ik steeds druk in de weer ben met de weegschaal en de maatbeker. In mijn ogen doen ze maar wat, maar met de heerlijkste resultaten. Toen ik Severina de ingrediënten hoorde opnoemen: 1 glas van dit, 1 glas van dat en nog een glas van iets, was ik geinteresseerd. Dat is iets voor mij.
Iets later kwam onze oude buurvrouw Maria met koekjes bij ons langs.
Ook lekker. “Hoe heten ze?” “Panicocoli di San Nicolo’”. “Oh ja?” Ze zagen er heel anders uit dan die van Severina. Maar weer was het 1 glas van dit en van dat.
En toen Paola van de pizzeria het recept van de dolcetti di San Nicolo’ voor mij opschreef, (die er bij haar trouwens weer heel anders uitzagen), ook met het glas als maat,  moest ik zelf ook eens aan de slag.

Recept op basis van een glas van 1,5 dl

Ingrediënten:
•    Ca. 400 g bloem (zo veel er nodig is, werd gezegd .....)
•    8 g drooggist
•    1 glas wijn (wit of rood)
•    1 glas suiker
•    ¾ glas olijfolie, goede olie proef je terug!!
•    2 eetlepels anijs (die was op, venkelzaad is een uitstekend alternatief)

Bereiding
o    Bloem en drooggist in kom mengen
o    Suiker, wijn, olijfolie en anijs toevoegen
o    Alles mengen en tot een min of meer gladde bal kneden
o    1 uur laten rusten
o    Deeg tot ca. ½ cm dikte uitrollen voor de vormpjes/figuurtjes
o    Of dunne “worstjes” rollen voor de kransjes
o    Baktijd ca. 15 minuten op 180 graden

Ze zijn echte heerlijk en licht!

Opmerkingen (6)
Pasta met pangrattato- vrijdag 28 oktober 2011
Pasta met paneermeel (pangrattato)

 

Snelrecept van Claudia    

 

Heel lang geleden heb ik spaghetti alle vongole gegeten, bijna op het strand van de Adriatische zee. Daar was niet alleen peterselie, knoflook en olie bij, maar ook een beetje paneermeel. Het was heerlijk.

Dat paneermeel bleef in mijn hoofd rondspoken. Maar ik wist niet hoe je dat moest toepassen. Ook leek het een gekke combinatie, pasta plus “gemalen brood”. Daar word je dik van, toch?

Hier in Umbrië wordt paneermeel heel veel toegepast. Tomaten, courgettes worden er bij voorbeeld mee gevuld en met Kerstmis is het traditie om een toetje te maken van pasta met, inderdaad, paneermeel.

Maar ik zelf durfde er niet mee te experimenteren.

 

Ik kreeg de kans toen Claudia uit Rome enthousiast over haar pasta met pangrattato vertelde. Zelfs haar man uit Piemonte (niet pasta-gek) vond het lekker. En het was zo klaar.

 

Recept voor vier personen (als primo)

 

Ingrediënten:

  • 250 g pasta, b.v. penne
  • Olijfolie, flinke hoeveelheid
  • 2 teentjes knoflook fijngesneden
  • 10 niet te kleine kerstomaatjes gesneden in kwartjes
  • 1,5 eetlepels gezouten kappertjes
  • 2,5 eetlepels paneermeel

 

Bereiding

  • Olijfolie verwarmen in bakpan. Niet te heet laten worden, anders spetteren de tomaatjes.
  • Daarin de knoflook kort fruiten en
  • de tomaatpartjes erbij doen. Zodra die zacht zijn,
  • de kappertjes toevoegen.
  • Nu het paneermeel er doorheen mengen, met nog wat olie erbij. Roeren en het geheel op laten zuigen. Het mengsel moet een beetje rul zijn en geen saus worden.
  • Op het laatst de al dente gekookte pasta erdoorheen scheppen.

 

Het gerecht op borden opdienen.

 

Wij hebben dit met zijn tweeën als hele maaltijd gegeten met een groene sla vooraf.

Opmerkingen (10)
Lievelingsgerecht- zondag 9 oktober 2011
LievelingsgerechtHet eten heeft ons bij elkaar gebracht. We leerden elkaar kennen op de vrije academie, begin jaren ’70, allebei ‘vreemden’ in Nederland. We hadden het erg moeilijk met de Nederlandse eetgewoonten. We stortten onze harten erover uit .... Nog steeds zijn we elkaars kook-inspiratiebron.

Lievelingsgerecht

"Wat is uw lievelingsgerecht?" werd een aantal kunstenaars gevraagd bij een groepsactiviteit. Mijn vriendin Christina Coridou (textiel, keramiek, collages en video-installaties) antwoordde: "Brood met olijfolie". Typisch Christina. Alles wat zij doet en kookt, is heel puur met goede produkten en heel intuïtief.

Van haar heb ik ook, heel lang geleden, het volgende ‘olijvenhapje’ geleerd.

Toen ze nog klein was en in Griekenland woonde, was er wel brood op tafel, maar niet zo veel olijven. Van die zwarte gerimpelde. Om het brood wat interessanter te maken, nam ze eerst een hapje van die zachte gedroogde olijf en wreef de rest van het vruchtvlees op het brood uit. Zij en ik doen dat nog vaak. En onze kinderen vinden het ook lekker.

* Het brood in Umbria is zonder zout. Dus malen we er wat zeezout overheen.

Kenmerken :  Lievelingsgerecht
Opmerkingen (6)
Farrosalade- zondag 9 oktober 2011

Farro is een oude graansoort, die vooral gedijt in hoger gelegen gebieden. In Italië wordt het in Toscane, De Marken, Molise en Lazio op kleine schaal verbouwd. Ook groeit het in de Apennijnse bergen van Umbrië. In onze omgeving staat farro regelmatig op het menu, zowel in restaurants als thuis.

Farrosalade

Het oergraan Triticum dicoccum noemen de Italianen echte farro, ofwel gran farro, om het gewas te onderscheiden van valse farro, triticum spelta (of in het italiaans: farricello of spelta).
Gran farro is verwant aan triticum vulgare (zachte tarwe) en triticum durum (harde tarwe).

Florine Boucher schrijft o.a.: “Wie deze sterk op elkaar gelijkende graansoorten niet naast elkaar ziet, kan zich op het oog makkelijk vergissen. Italiaanse spelta wordt in Nederland in natuurvoedingswinkels verkocht onder de naam spelt en heeft de kleur van nat zand, terwijl (gran) farro een droge zandkleur heeft. Eenmaal geweekt en gekookt, behoudt spelt zijn vorm en kleur en is stevig van beet, terwijl farro een grote ronde roomwitte korrel krijgt en een aangename zachte beet.

Behalve soepen worden er ook salades mee gemaakt. Natuurlijk heeft ieder huishouden hier zijn eigen recept. Ook hangt het van het seizoen af wat er in terecht komt.
Het hieronder volgende recept leerde ik kennen door de zus van Guido, Severina. Zij zet zich o.a. in voor het culturele gebeuren in ons stadje.Op laatzomerse dag werd ik door haar te hulp geroepen. De "pro loco", (VVV), die ook voor de eigen bevolking allerlei activiteiten organiseert, had iemand nodig in de keuken. Op de piazza was muziek en waren er lange rijen tafels en banken opgesteld. Voor weinig geld kon je als avondeten een plastic bord vol met allerlei lekkere dingen krijgen. Daar lag o.a. ook farrosalade op. Maar voordat ik tussen de dialect sprekende vrouwen en mannen stond borden op te scheppen, te controleren en met allerlei gebaren aanwijzingen te geven, had ik natuurlijik behoorlijk de zenuwen, want mijn Italiaans is (nog) gebrekkig en ik wist ook niet wat er van mij verwacht werd. Zij hebben hier een andere manier van organiseren. Voor ons lijkt het heel vaag, maar toch komt het uiteindelijk altijd goed. Nu wordt ik op straat door deze ex-collega’s vriendelijk gegroet.

  • 250 g. farro, een nacht weken, dan nog 30-40 minuten koken. Af en toe proeven of de korrels nog beet hebben.
  • 3 stengels bleekselderij in kleine boogjes snijden
  • 1 kleine komkommer (cetrioli) of een halve hollandse, in kleine blokjes snijden
  • Pruim- of kersentomaten in stukjes/ partjes snijden. Hoeveelheid naar smaak.
  • ½ paprika (kleur naar eigen smaak) in kleine stukjes snijden
  • 1 à 2 lenteuien fijnsnijden
  • Flinke bos basilicum niet al te fijn hakken of met de schaar knippen
  • Zout toevoegen
  • Olijfolie extra vergine toevegen
  • Alles goed mengen
  • In plaats van basilicum is bladpeterselie ook heerlijk

Niet te zuinig zijn met de olijfolie.
Er wordt nooit azijn bijgedaan.
De salade is ook de volgende dag nog heerlijk, mits koel bewaard en luchtdicht afgesloten.

Kenmerken :  Farrosalade
Opmerkingen (4)
Kool met granaatappelbesjes- zondag 9 oktober 2011

We krijgen Hollanders op bezoek en ik wil graag lokale gerechten van het seizoen opdienen. Om mij heen (oktober) zie ik tot mijn verbeelding sprekende granaatappelbomen met door de zware vruchten laaghangende takken.
Ooit kregen wij van onze griekse vriendin een prachtig exemplaar granaatappel met de opdracht om die bij de volgende jaarwisseling op de grond te smijten zodat hij helemaal uit elkaar barst. Dat brengt geluk ....

Kool met granaatappelbesjes

Van haar is ook het volgende recept:

  • 1 kleine spitskool of halve witte kool
  • Kappertjes, 2 eetlepels
  • 1 granaatappel, openbreken en besjes eruitpeuteren
  • Rucola, een flinke handvol
  • Stuk parmesaanse kaas, liefst Reggiano, grof geraspt
  • Olijfolie extra vergine
  • Sap van citroen of wijn azijn, 1 à 2 eetlepels (naar smaak)
  • Zout


Werkwijze

  1. De spitskool overlangs in parten snijden en dan in fijne sliertjes. De harde stukken en dikke nerven verwijderen. Even laten staan.
  2. Als je de witte kool gebruikt, de parten schaven over een "spleetjesrasp". Ook hiervan de harde stukken en nerven verwijderen. Het wordt een sappige, zachte massa. Eventueel een beetje zout erdoor mengen en laten staan. Als het te nat wordt, met keukenpapier deppen. Als de witte kool met een scherp mes heel fijn gesneden wordt, zijn de reepjes wat stug. Doe ze dan in een vergiet, strooi er wat zout over en meng goed met de hand. Ca. 1 uur laten staan. De stugheid is dan verdwenen.
  3. De koolslierten in een schaal doen
  4. De kappertjes toevoegen en goed mengen samen met de granaatappelbesjes
  5. Wijnazijn of citroensap toevoegen
  6. Een flinke scheut 1e klas extra vergine olijfolie
  7. Evt. nog wat zout erdoorheen roeren
  8. Voor het opdienen de rucola losjes door de salade mengen en de Parmesaanse kaas erover strooien

Wat brood op tafel zetten

Dit is een heerlijk voorgerecht, maar wij vinden het zo lekker, dat het voor ons tweeën een maaltijd is.

Granaatappel als gebaar van verzoening
Wij zouden op een bepaalde dag een olijfboomgaard planten.Voordat het ging regenen. Daarvoor moest de gemeente met wat bouwwerkzaamheden in de hoek van ons land klaar zijn. Machines weg en de aarde geploegd. Maar er werd opeens niet meer verder gewerkt, want er was een grensprobleem ...Wij in paniek, vooral vanwege de tijddruk. Bellen, praten, ook met de ex-eigenaar van ons terrein. Eindelijk duikt de eigenaar van het naburig stuk land op. We willen weten wat er aan de hand is met die grens. “Oh! dat is niets, ik was alleen boos op de gemeente en het bouwbedrijf omdat men mij niets verteld had over die graafactiviteiten. Na ons verhaal kreeg hij door dat vooral wij door zijn gedrag gedupeerd waren. Na een glas wijn, kregen wij twee mooie granaatappels mee ...

Opmerkingen (8)
Bruschette- zondag 9 oktober 2011

Bruschette

De frantoio’s (de bedrijven waar de olijven geperst worden) zijn open en je ziet veel bordjes hangen "olio nuovo". Overal krijg je, als je een glas wijn bestelt, de nieuwe groengele olie te proeven, op brood met wat zout. Van buren en vrienden krijg je vaak een plastic fles met hun nieuwe olie, die soms nog ongefilterd is en troebel: "alsjeblieft voor de bruschette vanavond!" De olie is dan nog scherp met een goddelijke kruidige smaak. Elke olie is weer anders. Mijn gulzigheid wordt wel eens afgestraft door een hoestbui veroorzaakt door de kriebel van de verse olie in mijn keel.

In Umbrië worden drie verschillende bruschettes gemaakt: Olijfolie-, tomaat- en truffelbruschettes

De basis is steeds dezelfde, namelijk stevig zoutloos brood, waarvan plakken op de gloed van het vuur geroosterd worden. De kunst is om het brood van buiten knapperig te krijgen en van binnen zacht te houden. Daarop smeert men dan een vers(!) tomatenmengsel of een truffelpasta, of men bereidt de:


Olijfoliebruschette

  • Geroosterd brood
  • Knoflookteen
  • Olijfolie extra vergine
  • Zout (versgemalen zeezout)


Werkwijze

  1. Met een knoflookteen, zonder groen hartje, over het geroosterde brood wrijven,
  2. De olie erover gieten,
  3. Wat zeezout erover strooien.


Smikkelen maar ... (Is ook lekker zonder knoflook)
Het brood kan ook wel in de oven geroosterd worden.
Natuurlijk eet je dit hapje het hele jaar door, maar rond de oogsttijd is het een hoogtepunt, een speciaal genot. Ook voor de gastvrouw die dan trots kan zeggen: "en gisteren hingen ze nog aan de boom!" Essentieel is dat je hiervoor 1e kwaliteit extra vergine olijfolie gebruikt.

Kenmerken :  Bruschette
Opmerkingen (10)
Dronken varkens in venkelzaad- maandag 26 september 2011
Dronken varkens

Hier in Umbria groeit veel wilde venkel. Op onze ‘strada bianca’ rijd je in de late zomer soms door een venkelallee. Met de volle zon erop ruikt het heerlijk. De stengels zijn wel 1,5 m hoog en staan bovendien nog op een verhoging (helling, wal). Bijna het hele jaar door heb je plezier van die plant en niet alleen om te zien.

Venkelzaad

In het vroege voorjaar gebruik je het filigraanachtige fijne groen van de jonge stengels, dat later stugger wordt, maar tot in december steeds van onderaan opnieuw opkomt, vooral als je maait. De wilde venkel heeft geen knol. Je gebruikt ook de zaadjes van de schotelvormige bloemetjes. De zaadjes komt men hier zowel in zoete als in zoute droge koekjes tegen. Net als anijs, waar het een beetje op lijkt. Ook worden er veel (varkens)vleesgerechten en worsten mee gekruid. Het is goed voor de spijsvertering, en voor een frisse adem. Na het eten op de zaadjes kauwen.
Van de gedroogde zaadjes maakt men ook thee. Die is niet alleen lekker, maar ook goed bij buikpijn. Mijn moeder gaf het mij als klein kind.


Dronken varkenskarbonade met venkelzaad 1 (maiale ubriache)

  • 4 varkenskarbonades
  • Zout en vers gemalen peper (zwart)
  • Olijfolie (2 eetlepels)
  • 1 knoflookteen, fijngehakt
  • 1 eetlepel gesneden bladpeterselie
  • ½ theelepel venkelzaadjes
  • Droge witte wijn


Werkwijze

  1. De karbonades met zout en peper bestrooien
  2. In de hete olie braden
  3. Knoflook, venkelkorrels en peterselie toevoegen
  4. Alles op flink vuur bakken tot het vlees aan weerskanten bruin is
  5. Wat wijn erbij gieten
  6. Deksel op de koekenpan doen, het vuur wat lager draaien
  7. Laten pruttelen tot de karbonades gaar zijn en de wijn verdampt
  8. Meteen serveren


Dronken varkenscarbonade met venkelzaad 2 (nu met marsala)

  • 4 varkenskarbonades
  • Zout en vers gemalen peper (zwart)
  • Olijfolie (2 eetlepels)
  • 1 knoflookteen, fijngehakt
  • 1 theelepel venkelzaadjes
  • 1 eetlepel tomatenpurée
  • 1 dl Marsala (Sicilië)
  • 1 dl rode (italiaanse) wijn


Werkwijze

  1. De karbonades met zout en peper bestrooien
  2. In de hete olie in ca 10 minuten aan beide kanten bruin bakken (tot ze gaar zijn)
  3. De karbonades op een voorverwarmde dienschotel leggen, met aluminiumfolie afdekken en in een lauwe oven warm houden
  4. De restanten in de koekenpan afblussen met rode wijn. Alle aanbaksels losschrapen, indien nodig
  5. Knoflook en venkelzaad toevoegen
  6. Tomatenpurée, in beetje lauw water opgelost, erdoorheen roeren
  7. Even wat koken, dan de marsala erbij gieten
  8. De saus op hoog vuur inkoken
  9. Proeven of er nog wat zout en peper aan toegevoegd moet worden
  10. De saus over de karbonades gieten en opdienen
Opmerkingen (6)
Courgettestaafjes met geitenkaas- maandag 26 september 2011

Courgettestaafjes met geitenkaas.

Het is een grijze natte dag in Nederland. Ik ben moe en heb geen zin meer om het huis uit te gaan. Christina belt voor een kletspraatje. "Wat koken we vanavond?", "Wat zou je doen met kleine courgettes?", vraag ik.

Het was alsof ik op een knop drukte, want onmiddelijk zoeft het volgende recept via de telefoonlijn mijn oor binnen. Tja, en ik had de spullen (behalve de lenteui/bieslook) in huis. De feta die ze opnoemde had ik ook niet, maar dat werd een Italiaanse, niet oude, geitenkaas, zacht, bijna vochtig. Deze zuidelijke creatie was snel klaar.

Kan goed als voorgerecht dienen. Koud is het ook heerlijk.

Altijd brood bij de hand hebben om de overblijvende sappen op te dippen.


Benodigdheden

  • Kleine courgettes
  • Zout + evt. een beetje bouillonpoeder
  • Geitenkaas (of feta)
  • Gedroogde oregano
  • (Eventueel bieslook of lenteui)
  • Citroensap
  • Flink wat olijfolie


Werkwijze

  1. Snijd de kleine courgettes in staafjes (3 cm) en stoom ze kort in een klein laagje water met zout, en eventeel een beetje bouillon, in een grote pan
  2. Daarna in een voorverwarmde schaal doen
  3. De geitenkaas er in kleine plakjes overheen brokkelen
  4. Bestrooien met oregano
  5. Besprenkelen met de citroensap (Eventueel bieslook of lenteui toevoegen)
  6. Rond het af met flink wat streepjes olijfolie
Kenmerken :  recepten courgette
Opmerkingen (9)